Cultural activism today: strategies of over-identification

Gepubliceerd in Stedelijk Museum Bulletin, februari 2006

Op 19 januari 2006 vond er in het SMCS het symposium Cultural activism today: strategies of over-identification plaats, georganiseerd door de Jan van Eyck Academie Maastricht. Het programma werd geleid door het Rotterdams collectief BAVO, dat opereert op de grens van architectuur en filosofie.

BAVO opende het programma met de these van Francis Fukuyama van het einde van de geschiedenis en alle kunsten. In zijn boek The End of History and the Last Man voorspelde Fukuyama in 1992 het einde van ideologische conflicten, en de triomf van politiek en economisch liberalisme. Geëngageerde kunst en activisme vat Fukuyama vanuit dit oogpunt op als “struggle for the sake of struggle”, als een strijd tegen de goede zaak, uit verveling door de perfectie van de samenleving, “for they cannot imagine living in a world without struggle.”

Door de gelijktijdige opmars van de Third Way, een term uit de ‘social studies’ die met name door Anthony Giddens immens populair is geworden, bevindt geëngageerde kunst zich in een impasse. Het concept van de Third Way wijst erop dat ideeën van het oude ‘links’ niet meer volstaan en gedateerd zijn, terwijl ideeën van het oude ‘rechts’ steeds verder vervallen in contradicties en onjuistheden. De Third Way staat voor een nieuwe, bredere politieke agenda die ruimte biedt voor idealisme. Ruim baan voor kamerbreed idealisme in combinatie met de overtuiging dat de maatschappij toch telkens weer zal terugkeren tot het neo-liberalisme blijkt niet de meest inspirerende Zeitgeist. BAVO licht dit als volgt toe in de inleiding op het event: “Most activisms today are either too cultural (and therefore become politically harmless) or, inversely, too political (and do not stand out against the bulk of socio-political actions). This deadlock is directly related to the dominance of the Third Way ideology that holds the imagination of cultural forces in a suffocating grip” .

Opvallend genoeg is de laatste jaren de geëngageerde kunst in Nederland juist immens populair. Kunstenaars als Jeanne van Heeswijk en Martijn Engelbregt excelleren in het integreren van kunst in de maatschappij, waarbij inspraak en democratische beslissingen de boventoon voeren. BAVO noemde dit soort inspraak-kunst een nieuw genre en sprak van Tamagotchi activisme. Het gaat namelijk vaak niet verder dan de buurt een soort virtuele macht te geven door op een website te kunnen knutselen, klikken en stemmen, aldus BAVO.

Niet alleen de activistische kunst beleeft een opmars, ook het aantal seminars over dit onderwerp neemt toe. In de populaire cultuur zijn tevens tal van voorbeelden aan te wijzen van neo-activisme. Denk aan PREMtime, Milieuridders, De Keuringsdienst van Waarden, programma’s van De Nieuwe Omroep, en tal van films en videoclips waarin de consumptiemaatschappij op de hak wordt genomen.

Het seminar Cultural activism today had als doel om te kijken in hoeverre de strategie van over-identificatie zich leent voor ontworsteling aan dit Third Way-isme, dat zich volgens BAVO laat leiden door politieke correctheid
- hetzij populistisch, idealistisch, conservatief, patriottistisch, totalitair of libertijns. Het collectief meent dat er mogelijkheden liggen in de subversie van de (heersende maatschappelijke) subversiviteit. Het bood een treffend voorbeeld met het Ausländer Raus-project van de Oostenrijkse kunstenaar
Christoph Schlingensief, die tien asielzoekers in een Big Brother-huis plaatste. Kijkers konden de ‘minst Oostenrijkse’ asielzoekers naar huis stemmen. De winnaar ontving een verblijfsvergunning. De kunstenaar toonde op smakeloze wijze de asielprocedure, en jaagde daarmee zowel links als rechts Oostenrijk tegen zich in het harnas. Voor het symposium nodigde BAVO Joep van Lieshout uit, evenals Alexei Monroe, Dieter Lesage, Jens Haaning en Boris Groys.

Aan het thema van het cultureel activisme door over-identificatie voegde politiek filosoof Dieter Lesage een tweede strategie toe: die van de over-statement. De barcode-vlag die Rem Koolhaas ontwierp voor de EU , is voor Lesage het teken van zijn opvatting van politiek als product, met duidelijke behoefte aan marketingstrategieën. Koolhaas gaat volgens Lesage uit van de populariteit van de markt, en probeert ook voor links intellectualisme (voor wie Koolhaas als een voorbeeld geldt), het neo-liberalisme populair te maken door de markt te esthetiseren. Lesage spreekt als hij het over Koolhaas heeft van ‘Globoisie’, de wereldburger met Prada handtas, en ‘Digitarians’, het fictieve glamourproletariaat dat ‘precarious labour’ combineert met een dure smaak. Lesage voerde voor de ‘strategies of over-statement’ het voorbeeld op van de curatoren (o.l.v. Okwui Enwezor) van Documenta XI, ook wel kritisch TJ’s (theory jockeys) genoemd vanwege hun “kritiekloos samplen van allerhande hippe theorie”, hetgeen Lessage tevens aanduidde met “academisch creools”.

Vervolgens werd de film Pulverous (2003) van Aernout Mik vertoond, een vervolg op de performance In Two Minds (2003). Glazig en verward vernielen ogenschijnlijk psychiatrisch patiënten de voorraden en inboedel van een supermarkt. De vertoning was zo slecht (beeld draaide weg aan zijkanten, beam was niet sterk genoeg) dat een dergelijk werk onmogelijk tot zijn recht komt in deze setting, ook niet met begeleidend statement van BAVO.
Beter gekozen was de presentatie van de Deense kunstenaar Jens Haaning, die het eenvoudigst te typeren is als de pionier van de supermarktoorlog.

Joep van Lieshout sprak tenslotte over nieuwe manieren om mensen uit te buiten. Zijn oudere welbekende projecten (zoals AVL-ville) verbleken bij zijn nieuwste en meest grimmige project. Van Lieshout maakte een ontwerp voor een totaal zelfbedruipend werkkamp/call centre voor 200.000 personen, dat als doel heeft om zoveel mogelijk geld te verdienen. Het kamp staat stijf van de regels: werknemers werken 7 uur in het call centre, en aansluitend 7 uur op het land of in andere ondersteunende activiteiten. Het terrein bevat boerderijen, bordelen, etc. Het zou de grootste nederzetting zijn met nul energieverbruik en de minste kooldioxide-uitstoot. De geschatte winst zou komen op 7,5 miljard euro per jaar. (Dit zou betekenen dat de nederzetting de rijkste kunstinstelling zou hebben volgens de 1%-regeling met een budget van maar liefst 750.000 euro per jaar.)

De kunstenaars en theoretici die op deze dag aan het woord kwamen, liepen ver uiteen in benadering. De kunstenaars bleken opvallend pragmatisch in hun aanpak. Wellicht had Bas Heijne gelijk in zijn essay Engagement – Welk engagement? , waarin hij stelt dat kunstenaars niet moeten proberen politiek te zijn of zich via de politiek moet engageren. In tijden van entertainment is de rol van de kunstenaar immers verschoven naar de periferie. Heijne ziet de opmars van het logo als het symbool van “zowel dat economische totalitarisme als die doelbewuste vervlakking van ons bewustzijn” en ziet als taak van de kunstenaar om deze vervlakte werkelijkheid weer nieuw leven in te blazen, en wel met de kracht van verbeelding. Die verbeeldingskracht sluit mooi aan bij de voorbeelden die Cultural activism today toonde. Geen inspraak om de inspraak, maar politiek als product, musea als prijsstunters en kunstenaars als kampbeulen.


About this entry